4. Discussie 17 Het doel van deze studie was het bepalen van de prevalentie van ondervoeding op scholen voor kinderen met een langdurige ziekte en het bepalen van het risico om ondervoed te raken. De resultaten van dit onderzoek hebben enkele interessante discussiepunten opgeleverd. Groeigegevens Specifieke groeicurven zijn niet voor elke etniciteit en onderliggende ziekte beschikbaar. Door zoveel mogelijk gebruik te maken van beschikbare specifieke groeicurven voor o.a. Marokkaanse en Turkse kinderen en kinderen met het syndroom van Turner en het syndroom van Noonan, hebben we getracht om zo juist mogelijke standaarddeviatiescores te bepalen. De prevalentie van acute en chronische ondervoeding en van ondervoeding in het algemeen was respectievelijk 3,0%, 13,8% en 16,0%. De prevalentie acute ondervoeding was laag en lijkt ook een logisch gevolg van het feit dat de kinderen die de scholen bezoeken geen acute ziekte hebben op het moment van de meting. De prevalentie chronische ondervoeding was echter hoog en dat kon worden verwacht aangezien er bij de meeste kinderen sprake is van een langdurige ziekte. De definities voor acute en chronische ondervoeding bevatten naast een standaarddeviatiescore voor GVLN en LVL, ook een afbuiging in gewicht en/of lengte. Een afbuiging in lengte werd maar bij 1 kind aangetoond, een afbuiging in gewicht bij geen kind. Een verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat er onvoldoende meetgegevens uit het verleden aanwezig zijn. Mogelijk ligt de werkelijke prevalentie ondervoeding dus hoger dan nu is aangetoond. Bij 45 kinderen werd een bovenarmomtrek voor leeftijd < -2 SDS aangetoond. Het meten van de bovenarmtrek geeft een weerspiegeling van de eiwitspiermassa van het lichaam. Bij langdurige ziekte kunnen Pagina 22

Pagina 24

Heeft u een verenigingsblad, digitaal bladeren of ekranten? Gebruik Online Touch: nieuwsbrief converteren naar een digitale publicatie.

460 Lees publicatie 153Home


You need flash player to view this online publication