verschil aangetoond in EQ-index tussen kinderen die wel of geen antibiotica kregen en kinderen die andere medicatie gebruikten. De EQ-index voor de kwaliteit van leven was het laagst onder kinderen met een metabole ziekte, en was significant lager dan onder kinderen met een respiratoire, cardiale, oncologische, neurologische, endocrinologische, renale of overige ziekte, en dan onder kinderen zonder onderliggende ziekte. Bij zowel kinderen met een respiratoire ziekte, een endocrinologische ziekte, een oncologische ziekte, een overige ziekte als kinderen zonder onderliggende ziekte was de mediane EQ-index 1,00, de maximale score. Onderliggende ziekte vanaf geboorte 13 Van 468 kinderen was bekend sinds welk jaar zij ziek zijn. De mediane ziekteduur onder deze kinderen was 7 jaar. Bij 250 kinderen (53,4%) was de ziekte sinds hun geboorte aanwezig. De prevalentie acute en chronische ondervoeding en ondervoeding in het algemeen was onder deze 250 kinderen respectievelijk 4,0%, 18,8% en 21,2%, terwijl de prevalentie onder kinderen die op latere leeftijd ziek zijn geworden respectievelijk 0,9%, 8,8% en 9,7% was. Zowel de prevalentie van acute en chronische ondervoeding als van ondervoeding in het algemeen was significant hoger onder kinderen die vanaf hun geboorte ziek zijn in vergelijking met kinderen die op latere leeftijd ziek zijn geworden (p = 0,034, p = 0,002, p = 0,001). Prevalentie ondervoeding per ziektebeeld In Tabel 6 wordt de prevalentie ondervoeding per ziektebeeld getoond. De prevalentie acute ondervoeding was het hoogst onder kinderen met een metabole ziekte, maar verschilde niet significant tussen de ziektegroepen. Ook de prevalentie chronische ondervoeding was het hoogst onder kinderen met metabole ziekten en dit percentage was hoger dan het percentage onder kinderen met respiratoire ziekten en kinderen die werden ingedeeld in de overige groep. De prevalentie ondervoeding in het algemeen was onder kinderen met een metabole ziekte significant hoger dan onder kinderen met een respiratoire, neurologische, syndromale of endocrinologische ziekte, hoger dan onder kinderen met multipele ziektebeelden, en hoger dan onder kinderen die werden ingedeeld in de overige groep. Het aantal kinderen dat in de afgelopen drie maanden minstens één dag wegens ziekte niet op school is geweest, was het hoogst onder de kinderen met een metabole ziekte (68,4%) en het laagst onder kinderen zonder onderliggende ziekte (33,3%). Het aantal kinderen met ziekteverzuim in de laatste drie maanden was onder kinderen zonder onderliggende ziekte significant lager dan onder kinderen met een metabole ziekte, een neurologische ziekte, kinderen met multipele ziekten en kinderen met een ziekte die werd ingedeeld in de overige groep (p < 0,05). Tussen de overige ziektegroepen werd geen significant verschil aangetoond. Pagina 18
Pagina 20Scoor meer met een online shop in uw publicaties. Velen gingen u voor en publiceerden onderzoeksrapporten online.
460 Lees publicatie 153Home