5. Conclusies 21 De prevalentie van acute ondervoeding op LZK-scholen is relatief laag. De prevalentie chronische ondervoeding en de prevalentie overgewicht is hoog, respectievelijk 13,8% en 13,1%. Dit betekent dat ruim 1 op de 4 kinderen op een LZK-school een afwijkende voedingstoestand heeft. Een afwijkende voedingstoestand kan gevolgen hebben op zowel korte als lange termijn. Met betrekking tot de schoolprestaties kan dit een verstoorde cognitieve ontwikkeling betekenen en een vermindering van de schoolprestaties. Kinderen die al vanaf de geboorte een chronische ziekte hebben, hebben de hoogste prevalentie acute en chronische ondervoeding. Kinderen met een metabole ziekte hebben de hoogste prevalentie chronische ondervoeding. Kinderen in de groepen 1-2 hebben de hoogste prevalentie overvoeding en de laagste prevalentie overgewicht. De prevalentie ondervoeding van kinderen die een voedingsinterventie kregen (5,6%), was het hoogst. De kwaliteit van leven was lager bij kinderen die steroïden of diuretica gebruikten. Het risico op ondervoeding gemeten met het STRONGkidsinstrument laat zien dat ongeveer 40% een verhoogd risico heeft om ondervoed te raken. Daarnaast laat het STRONGkids-instrument een differentiatie zien tussen de risicogroepen in prevalentie van ondervoeding, antropometrische variabelen en kwaliteit-van-leven-score. Aanbevelingen ⢠De voedingstoestand op LZK-scholen dient volgens een vast schema gevolgd te worden. ⢠Veranderingen in de voedingstoestand dienen te worden opgemerkt en te leiden tot interventie. Pagina 26
Pagina 28Heeft u een uitgave, digitaalbladeren of efolders? Gebruik Online Touch: gebruiksaanwijzing online zetten.
460 Lees publicatie 153Home