centraties. Als elektrodes worden een negatieve zink-elektrode en een positieve broom-elektrode gebruikt. Deze zijn gescheiden door een microporeus membraan. Tijdens het laden wordt het zink vanuit het elektrolyt gegalvaniseerd op de anode en lost broom op aan de kathode. De elektrodes doen dus actief mee aan de reactie! Deze elektrodes moeten na gebruik geregenereerd worden in een aparte opstelling. Dit is anders dan bij de andere twee beschreven systemen. Tijdens het laden zijn de reacties: Reductie: Zn2+ (aq) + 2e- → Zn (s) Oxidatie: 2Br- (aq) → Br2 (aq) + 2e2+ Geheel: Zn (aq) + 2Br-(aq) → Zn (s) + Br2(aq) Bij het ontladen treden de omgekeerde reacties op. In de praktijk blijkt het moeilijk om de elektrodes goed te laten functioneren, waardoor de capaciteit langzaam afneemt en de batterij niet meer volledig wordt geladen en ontladen. Dit is een belangrijk nadeel van dit systeem, wat resulteert in een relatief laag aantal laad- en ontlaadcycli. Deze batterijen worden met name ontwikkeld voor relatief kleinschalige toepassingen. 15 2.2.5 Kenmerken van een redox flowsysteem Belangrijkste kenmerken van redox flow-systemen zijn: Hoog vermogen. Het celvermogen is afhankelijk van de chemische reactie, het vermogen van de totale batterij is afhankelijk van het ontwerp en de grootte (bijvoorbeeld totaal specifiek oppervlak van de elektrodes en/of de membranen) van de chemische cel. • oge capaciteit. Dit wordt bepaald door het type en de hoeveelheid H elektrolyt (volume van het voorraadvat). • lexibiliteit. De twee parameters vermogen en capaciteit zijn onafF hankelijk van elkaar. • e elektrolyten zijn eenvoudig te vervangen. D • e meeste redoxreacties zijn heel snel (snelle reactiekinetiek), waarD door het systeem een korte reactietijd heeft. Hierdoor heeft een flowbatterij een korte responsetijd en kan worden geschakeld van ontlaadmodes naar laadmodes in ongeveer 1/1000 s. • e volledige cycle efficiency is relatief laag (75%-80%) vergeleken met D conventionele batterijen. Dit komt door de pompenergie die nodig is om het elektrolyt rond te pompen en door verliezen veroorzaakt door chemische reacties (nevenreacties), bijvoorbeeld de vorming van waterstof. • et systeem heeft geen last van zelfontlading. Dit is vooral van beH lang in situaties waarin de energie gedurende langere periode moet worden opgeslagen, zoals het concept waarbij het elektrolyt wordt gebruikt als transportbrandstof. Pagina 22

Pagina 24

Scoor meer met een online winkel in uw publicaties. Velen gingen u voor en publiceerden lesmateriaal online.

301 Lees publicatie 100Home


You need flash player to view this online publication